Af en toe - en als ik af en toe zeg, bedoe ik vaak, wou ik dat er een boekje was waarin stond hoe ik me moet gedragen. Dat, of een souffleur, die me influistert wat ik moet zeggen.
Af en toe - en als ik af en toe zeg, bedoel ik vaak, wou ik dat mensen mijn gedachten konden lezen, zodat ze weten wat ik bedoel en ze niet af hoeven te gaan op de stront die soms uit mijn mond rolt.
Soms (vaak dus) ben ik boos op mezelf, omdat ik heus begrijp dat niet alles perfect kan zijn en dat tegelijkertijd is wat ik nastreef.
En vaak weet ik precies hoe ik iets dan wel aan moet pakken, maar altijd pas achteraf.
Achteraf is makkelijk. Achteraf had ik linksaf moeten slaan in plaats van rechtsaf. Achteraf had ik vast moeten houden in plaats van loslaten.
Achteraf denk ik altijd dat ik morgen wel dood kan gaan - door die vrachtwagen die me niet ziet, of die trein die ontspoort, of het gebouw dat op me neerstort - en dan kan ik toch maar beter gelukkig sterven? Dat je als je leven aan je voorbijflitst, je weet dat je alles eruit gehaald hebt, of toch in elk geval een groot deel.
Ik wil liever schieten, want misschien is het wel raak.
Ik wil liever vragen, want 'nee' heb ik al.
Ik wil liever niet stilstaan.
Ik wil liever leven, in plaats van er altijd van te dromen. Er valt toch altijd meer te winnen dan te verliezen?
Oke. Ik denk dat ik mezelf nu genoeg gekalmeerd heb om te kunnen slapen.
En dan begin ik morgen met deze instelling van leven waarvan ik vorig jaar ook al zei dat ik er morgen mee zou beginnen.
Ik val ik herhalingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten