zaterdag 27 november 2010

Best Friend Blues

You could be my best friend, and we would be together, we could hold hands
Laugh at the world together when they refuse to understand
Because you know they won't, I know it, too

You could be my best friend, and it would last forever, we could be the future
And beat the past together, play by no one's rules, dear
Because you know I won't, I know it, too

I cried a little today, not on the outside
But the tears can't disappear from the surface of my soul
On the inside it is cold
And we both know it, I know we do

This is not me, singing the blues, this is a lovesong, cause I know...
You could be my best friend

Het is een soort van af. Maar toch niet. Want het heeft geen melodie en geen ritme en geen vorm. Maar het gevoel is er alvast, zo ongeveer. Een beetje. Een stukje.
Ik kon niet slaoen, dus daarom. Ik wordt de afgelopen weken geplaagd, belaagd, in duistere steegjes verkrácht, door herinneringen. Ze besluipen me in het donker als ik alleen ben, ze komen stilletjes van onder mijn stoel als ik in de trein zit. Het is een verlaatte reactie op emoties die ik besloot te onderdrukken. En van de week dacht ik 'goh, laat ik mezelf vandaag eens een dag gunnen om hierover na te denken'. En dat deed ik. De rest van de week. Om tot de conclusie te komen dat ik destijds misschien beter na had moeten denken.
Mosterd na de maaltijd? I think so!
Ja. We gaan terug naar cryptisch, zodat ik als ik vierentwintig ben lekker niet meer weet waar dit over ging. Maar dat ik wel bij mezelf denk: 'Wat heb ik het toch lekker beeldend opgeschreven'.

Ah, het leven bij het 'als-jij-niet-gekwetst-bent-ben-ik-ook-niet-gekwetst-principe'. Ik denk dat ik er steeds beter in wordt, maar 't komt toch telkens weer neer op uitstel van executie. En deze week was executie. Volgende week het vagevuur. Hopelijk gauw gevolgd door de wedergeboorte.

zondag 21 november 2010

Cryptisch

Ik vind het wel jammer dat ik steeds cryptischer wordt in wat ik allemaal op mijn blog schrijf en dat het steeds moeilijker wordt om te achterhalen wat ik eigenlijk bedoelde toen ik dat schreef. Was ik soms gedumpt die dag? Had ik ruzie met mijn ouders? Of moest ik gewoon heel nodig plassen terwijl ik in een trein zat die vertraging had? Dat is vervelend, voor het teruglezen en ook voor mensen die lezen wat ik schrijf, kan ik me zo voorstellen.
Dus. Vandaag ga ik het precies vertellen, of ze dat thuis nou leuk vinden of niet.
Ik had per ongeluk een overhemd in de was gedaan dat nieuw was en dus af heeft gegeven in de was. En nu onweert het hierbinnen.
Nu voelt het weer alsof ik over eieren moet lopen en durf ik nauwelijks te ademen. Ik heb een foutje gemaakt, een domme fout. Ik heb mijn excuses aangeboden. Maar ik voel me nog steeds enorm bezwaard en ik durf nauwelijks nog te bewegen in mijn eigen huis.
En daarom wil ik het huis uit. Omdat ik daar een hekel aanheb. Omdat ik het nooit fijn vind om thuis te komen. Omdat ik me altijd zorgen maak en me afvraag of ik alles wel goed genoeg heb gedaan.
En dat is niks om cryptisch over te zijn.

woensdag 3 november 2010

Souffleur.

Af en toe - en als ik af en toe zeg, bedoe ik vaak, wou ik dat er een boekje was waarin stond hoe ik me moet gedragen. Dat, of een souffleur, die me influistert wat ik moet zeggen.
Af en toe - en als ik af en toe zeg, bedoel ik vaak, wou ik dat mensen mijn gedachten konden lezen, zodat ze weten wat ik bedoel en ze niet af hoeven te gaan op de stront die soms uit mijn mond rolt.
Soms (vaak dus) ben ik boos op mezelf, omdat ik heus begrijp dat niet alles perfect kan zijn en dat tegelijkertijd is wat ik nastreef.
En vaak weet ik precies hoe ik iets dan wel aan moet pakken, maar altijd pas achteraf.
Achteraf is makkelijk. Achteraf had ik linksaf moeten slaan in plaats van rechtsaf. Achteraf had ik vast moeten houden in plaats van loslaten.
Achteraf denk ik altijd dat ik morgen wel dood kan gaan - door die vrachtwagen die me niet ziet, of die trein die ontspoort, of het gebouw dat op me neerstort - en dan kan ik toch maar beter gelukkig sterven? Dat je als je leven aan je voorbijflitst, je weet dat je alles eruit gehaald hebt, of toch in elk geval een groot deel.
Ik wil liever schieten, want misschien is het wel raak.
Ik wil liever vragen, want 'nee' heb ik al.
Ik wil liever niet stilstaan.

Ik wil liever leven, in plaats van er altijd van te dromen. Er valt toch altijd meer te winnen dan te verliezen?
Oke. Ik denk dat ik mezelf nu genoeg gekalmeerd heb om te kunnen slapen.
En dan begin ik morgen met deze instelling van leven waarvan ik vorig jaar ook al zei dat ik er morgen mee zou beginnen.
Ik val ik herhalingen.